Wat betekent dat eigenlijk ‘je verleden verwerken’?

Spitten in het verleden, is dat nou nodig?
Wat betekent dat dan je verleden verwerken?

Herken jij je in de gedachten van mijn klanten als:

– “Nu is nu, daar heeft toen niets mee te maken.”

– “Het verleden is nu eenmaal zoals het is, het heeft toch geen zin daar nog op in te gaan.”

– “Ik heb het maar geaccepteerd, je kunt het toch niet meer veranderen.”

Lees dan verder hoe het verleden nu nog actueel is. En lees wat het betekent dat je iets hebt verwerkt.

Regelmatig komen klanten bij mij die aangesproken zijn doordat ik aangeef dat ik ‘in het hier en nu’ werk. We gaan aan de slag met waar je nu tegen aan loopt, dan is wat je leert altijd relevant.

”Mooi” is dan ook vaak de reactie, “dan hoeft het tenminste niet over vroeger te gaan, want op al dat gegraaf zit ik toch niet te wachten”. In principe bevestig ik dat, we hoeven niet te spitten in het verleden om zicht te krijgen op waar je nu tegen aan loopt. Je komt voor nu, niet voor toen. Toch heb ik wat kanttekeningen te plaatsen…

Je problemen gaan over nu, niet over toen

Het klopt helemaal dat je voor nu komt, en daarom gaan we met nu aan de slag. Het punt is dat negen van de tien keer blijkt dat nu met toen verband houdt. “Daar kan ik niets meer mee”, zeg je dan “toen is voorbij”.

Helemaal waar. Wat je wellicht nog niet beseft is dat je ook niet zozeer last hebt van het verleden, maar van je herinnering aan het verleden. Je hebt geen pijn aan gebeurtenissen die verleden tijd zijn, maar je kan wel pijn voelen bij de herinnering aan de gebeurtenis in het verleden. En – ook als je de pijn niet meer bewust voelt – kan je behoorlijk last hebben van de conclusies en gedragspatronen die je op die vroegere ervaringen gebaseerd hebt. Het is dus niet persé nodig aan het verleden te werken, dat kan je niet ongedaan maken. Wel kan het nodig zijn aan de herinnering aan het verleden te werken en aan de ingesleten patronen die je je hebt eigen gemaakt door je verleden. De herinnering en de patronen zijn immers in het nu. Ik zal uitleggen hoe dat werkt.

Je brein = lerend = situatie inschatten = je daarnaar gedragen.

Eén van de meest fantastische eigenschappen van je brein is dat het lerend vermogen heeft. Je hele functioneren is daaraan te danken. Daardoor heb je leren kijken, leren bewegen, leren communiceren, enzovoort. Dat lerend vermogen was het sterkst toen je een baby en jong kind was. Baby’s en kinderen groeien als kool, hetzelfde geldt voor hun brein. Het brein legt in sneltreinvaart allemaal verbindingen op basis waarvan kinderen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.

Je hebt als kind vast wel eens aan de vlam van een kaars gevoeld. Gelukkig bekijkt het brein niet iedere vlam als ‘volstrekt nieuw object zonder geschiedenis’. Je hersenen maken direct een plaatje van dat wat het waarneemt en plakt de ervaringen die hij opdoet daaraan vast.

Jij steekt niet opnieuw zondermeer je vinger in een vlam. Op basis van een geheugenreeks als deze: ‘Kaarsvlam = heet = au = risico = niet zomaar aanraken’.

Sterker nog. Als iemand over – wat dan ook – tegen je zegt “pas op, dat is heet”, weet jouw brein door ervaring: ‘heet = au = niet zomaar aanraken’.

Op deze manier werkt je brein met alles. Het is erop gericht alles te bekijken tegen het licht van je opgeslagen ervaringen en op basis daarvan je gedrag te bepalen.

Je primaire brein wil niet wijs zijn, maar wil overleven

Mogelijk zeg je dan: “ja, maar dan maak ik een afweging en dan kies ik wat mij het beste lijkt”. Wat je dan daarin mee moet nemen is dat de basis van je hersenen bestaat uit het ‘reptielenbrein’. Wanneer je je bedreigd voelt grijp je in eerste instantie terug op je reptielenbrein. Dit deel van je brein is instinctief en gericht op overleven. Het is dus niet gericht op verstandig, wijs, edelmoedig, dapper, nieuwsgierigheid of wat dan ook, het wil gewoon dat je zo ongeschonden mogelijk de situatie verlaat. En omdat het instinctief reageert, reageert het natuurlijk gewoon volgens die geheugenplaatjes: ‘vlam = heet = au = weg hier’.

Wat maakt het jouw brein uit dat je die vlam 20 jaar geleden eens gevoeld hebt, als het pijn deed, waarom zou je je 20 jaar later opnieuw bezeren. Je hebt een olifantengeheugen als het om pijn of gevaar gaat.

Denken aan een gebeurtenis van toen = nu ervaren hoe dat is

Het verrast klanten van mij vaak dat ze een bepaalde ervaring weer kunnen beleven alsof het nu is. “Ik wist niet dat ik daar nog zo verdrietig over kon zijn”, zeggen ze dan bijvoorbeeld. Je kunt de pijn van iets (nog) voelen als je het je voorstelt. Doe maar eens.

We doen het even met een hamer, dat spreekt vaak meer tot de verbeelding. Stel je voor dat iemand jou knoerthard met een hamer op je vinger slaat. Stel het je levendig voor, iemand die met de kracht die spijker flink hard wil raken. En dan ramt diegene ‘m op jouw vinger. Stel je nu voor hoe dat zou voelen. Houd je aandacht bij je vinger en dat daarop is geslagen. Kun je je dat voorstellen? Wat voel je? Merk je dat je de pijn die daarbij hoort vrijwel fysiek kunt voelen in je lijf? En misschien ook verontwaardiging of boosheid of … ?

Apart hè? Dit is wat ons voorstellingsvermogen doet en hoe die verbindingen in ons brein werken. Niet alleen het werkelijk bezeren geeft pijn, maar ook de voorstelling roept de pijn op. Ons brein heeft de pijn verbonden aan het plaatje, en het plaatje zit in ons hoofd. Zo kan het dat je herinneringen nu nog zeer kunnen doen (of je boos maken, of bang, of …).

In je huidige leven kunnen zich gebeurtenissen voordoen die zo’n geheugenplaatje activeren. Er schiet een voorstelling door je hoofd en je brein zendt de bijbehorende emoties daarbij door. Deze kan je dus echt voelen, omdat deze emoties ook in je brein zijn opgeslagen. Vervolgens volg je het bijbehorende reactiepatronen, dat in je systeem ligt opgeslagen.

Nu heeft de pijn van een hamer wellicht niet zo heel veel impact op je gemaakt, dus het gevoel dat daaraan verbonden is, is waarschijnlijk niet zo intens. Hoe intenser de ervaring is geweest of hoe vaker herhaald, hoe dieper dit plaatje met verbindingen is ingesleten. Als dit een heel vast patroon is dat nu nog heel veel invloed heeft noemen we dat een trauma. Maar ook zonder groot trauma kan je behoorlijk last hebben van dergelijke plaatjes.

Het verleden vergeten = leven volgens oude gedragspatronen

“Nou, dan moeten we alle pijnlijke herinneringen maar zo snel mogelijk vergeten. Niet meer aan denken, want dan krijg je die pijn erbij”, redeneer je mogelijk. Begrijpelijk. Wat lastig is aan ‘alleen niet meer aan denken’ is dat aan deze plaatjes niet alleen bijbehorende gevoelens zijn vastgeknoopt, maar ook de conclusies die je daaruit hebt getrokken. En deze zijn weer basis geworden voor een gedragspatroon. Als je deze plaatjes in je onbewuste laat, zal je je leven hiernaar blijven inrichten. Je zal, zeg maar, uit de buurt van brandende kaarsen blijven, ook al weet je zelf misschien niet meer waarom. Of je zult– ook wanneer je het misschien overdreven vindt van jezelf – niet in staat zijn het te veranderen, en mogelijk jezelf daarom gaan veroordelen. De goede reden die je had om uit de buurt te blijven wil je niet meer weten.

In het nu nieuwe geheugenplaatjes maken = je verleden verwerken

In therapie werk je dus niet aan je verleden, gedane zaken nemen inderdaad geen keer. Je kan wel werken aan je herinnering van nu over het verleden. En aan wat nu het resultaat is van dat verleden. Niet om het verleden oeverloos te herhalen. Juist niet. Dat slijt namelijk die geheugenplaatjes juist in. Wat ik in de therapie nastreef is nieuwe geheugenplaatjes creëren: Dat je de pijn van je herinnering af kan halen. Dat je nieuw vrij gedrag aanleert dat niet is vastgeknoopt aan oude pijnlijke geheugenplaatjes.

Een geheugenplaatje als: ‘kaarsvlam = au = niet aanraken’ is bijvoorbeeld zinvol. Maar als je een plaatje had als: ‘kaarsvlam = huis in brand = vernietiging = alle kaarsen mijden = bij een kaars zien vluchten’ is dat niet zinvol.

Dan is het doel een nieuw geheugenplaatje (in eerste instantie) als: ‘kaarsvlam = au = niet aanraken = is verder geen gevaar’. En mogelijk in tweede instantie ‘kaarsvlam = au = niet aanraken = is verder geen gevaar = (mogelijk) warmte en gezelligheid.

Dit is wat ik verwerkt noem. Dat je aan je verleden kunt terugdenken zonder dat er een destructief geheugenplaatje wordt geactiveerd en zonder dat je volgens een oud – op pijn gebaseerd – patroon gaat handelen. En wat ik bij MindTheater als doel heb is dat je een tegengesteld geheugenplaatje aanmaakt dat geactiveerd kan worden. In MindTheater speel je de nieuwe geheugenplaatjes uit (dus niet de oude!) om je brein nieuwe verbindingen te laten maken.

Als je huis in de brand is gevlogen door een brandende kaars ben je niet de gebeurtenis vergeten. Ook ben je niet je verlies vergeten, en je kunt nog wel eens verdrietig zijn om het verlies. Maar je raakt niet meer in paniek bij het zien van een brandenden kaars, je begrijpt en kunt mee maken dat brandende kaarsen ook een andere betekenis kunnen hebben. Omdat er ook nieuwe geheugenplaatjes bij zijn gekomen die je hebt willen ervaren. In het mooiste geval dat brandende kaarsen ook warmte en gezelligheid kunnen brengen.

Reacties gesloten.