Je hoofd uit de wolken

Stel je jezelf eens voor hoe je zou willen zijn. Een mooi plaatje van jezelf, waaraan je zou willen voldoen, als het kon. Wat voor gevoelens roept dit bij je op?
Word je nu eens heel bewust dat je dit niet compleet bent. Dat je hier niet volledig aan voldoet.
Wat voor gevoelens roept dit bij je op?
Ik vermoed dat dit geen prettige gevoelens zijn.
Het verlies van ons eigen ideaalplaatje over onszelf is vaak pijnlijk.

Stel je Marietje nu eens voor. 

Marietje heeft een ideaal: zij wil de marathon lopen.
Alleen heeft Marietje in het verleden een ongeluk gehad en daarbij een fikse handicap aan haar knie opgelopen. Ze kan haar rechterbeen nauwelijks meer gebruiken.
Maar Marietje ontkent dit. “Nee hoor, het gaat héél goed. Niets aan de hand. Ja, doet soms een beetje zeer, maar ik kan heel goed lopen. Net als iedereen, beter nog misschien zelfs.” Wanneer iemand iets over haar knie zegt wordt Marietje boos. “Wat? Bemoei je niet met mijn knie. Het is heus niet erg. Vind je soms dat ik niet goed genoeg loop. Ja, daar kan ik ook niets aan doen hoor. Ik doe toch mijn best!”   Nu  heeft Marietje een manier gevonden om hier mee om te gaan en om te voorkomen dat zij al te zeer geconfronteerd wordt met haar geblesseerde knie. Ze traint hard en kan hierdoor aardig meekomen in de race.
Marietje heeft haar ideaal helder voor ogen, zo helder dat ze zichzelf koste wat het kost daar naartoe wil slepen. Haar omgeving bewondert haar natuurlijk om haar sterke wil. Marietje heeft geen trainer nodig om haar richting de finish te coachen, ze heeft haar eigen innerlijk dril-coach.

Marietje staat niet stil bij wie zij nu is, ze leeft voor haar ideaal.
Wanneer ze naar zichzelf kijkt ziet ze haar ideaalplaatje voor ogen, dat waar ze aan wil voldoen. Dat is alles voor haar. Als ze stil zou staan zou ze ontdekken dat ze niet zichzelf wil zijn, ze wil enkel haar ideaal zijn. Haar ideaal waar ze niet aan voldoet. Marietje legt haar eigenwaarde in haar idealen, en dat is gevaarlijk.
Het niet behalen van de finish is hierdoor een groot risico voor Marietje. Er staat veel verlies tegenover. Wanneer ze het niet haalt zal ze geconfronteerd worden met een gevoel van zinloosheid en waardeloosheid. Enerzijds is dit een sterke drive alles op alles te zetten, anderzijds is dit een grote slavendrijver. Het is een drive die uitput.   Dit ‘Marietje-syndroom’ hebben wij allemaal in ons. Het ‘in volle actie blijven’, het ‘met je hoofd in wolken lopen’ of juist ‘met je kop in het zand’, allebei om te voorkomen dat je stil staat bij wie je nu eigenlijk bent. Om te voorkomen dat je ziet hoe het er nu werkelijk met je voor staat. De schade op te nemen om te zien wat er nu werkelijk moet gebeuren. Het ‘Marietje-syndroom’ van jezelf groot en hoog houden. Een ideaal-versie van jezelf in stand proberen te houden, tegen je onderbuik-gevoel in. Wanneer je steeds roept dat het super gaat, dat de tegenslag niets uitmaakt en alles ídeáal is, hoef je niet aan het werk met jezelf natuurlijk. Als je anderen kan laten geloven dat het echt zo fantastisch is, hoef je er ook niet te letten dat je zo moe voelt of opgejaagd, of ontevreden of leeg. Wat maakt het uit, want het gaat toch goed?!
Je kan heel lang overschreeuwen dat je ontevreden bent en dat je het eigenlijk anders zou willen.
Het kost alleen heel veel energie dit in stand te houden. Veel mensen raken dan op een bepaald moment overspannen of burn-out. Je wil iets laten zijn dat er niet (volledig) is.
En het punt is dat het vaak oerspannend is dit onder ogen te komen.

Wanneer Marietje zou erkennen dat ze met haar been helemaal niet zo goed kan rennen als ze zich voorhoudt zou ze haar grootste ideaal naar beneden zien storten.
Ze zou het trainen zinloos gaan vinden, ze zou zichzelf waardeloos voelen, ze zou niet weten wat nu te doen met haar leven.  Maar wanneer Marietje ooit werkelijk de glorie van het winnen wil ervaren zal ze zich eerst moeten realiseren waar ze nu staat. Ze zal eerst de beperking van haar been moeten voelen en wellicht daarmee de rouw over dat ze niet kan lopen zoals ze zou willen. Pas wanneer die werkelijkheid zichtbaar is kan ze goed kijken wat haar richting het lopen van de marathon, haar ideaal, gaat helpen. Dan zal ze bijvoorbeeld een goede knie-operatie kunnen toestaan of een geschikte coach kunnen zoeken of het trainen langzamer kunnen opbouwen of … Zolang zij zichzelf er doorheen sleept zal het haar heel veel energie en frustratie kosten en zullen haar successen, in haar eigen ogen, nooit goed genoeg zijn.   En zo werkt het bij ons ook. Wij willen zelf zo graag ideaal zijn.
We houden onszelf liever deze ideaalversie voor ogen dan de werkelijkheid onder ogen te zien.

Als je idealen wilt leven moeten je beginnen te realiseren dat je niet je ideaal bent.
Als dit je realiseren je zeer doet, zit je goed. Dan maak je jezelf los van je ideaal. Dat keldert je zelfbeeld en maakt je zelfbeeld gezonder.
Wie ben je zonder je ideaal?
Je moet je realiseren wie jijzelf bent voordat je je ideaal gaat realiseren.
Anders zul je altijd bang blijven om te verliezen. Je moet keer op keer van je idealen kunnen verliezen. Je moet je keer op keer klein kunnen voelen, dan ben je sterk genoeg je ideaal aan te gaan.
En dan zal je groter worden dan je ideaal.


Reacties gesloten.