Even wachten tot ik zin heb!

“Het zou helemaal ideaal zijn als ik lekker achterover kon hangen, en alles voor mij zou gebeuren. Ik zou niets hoeven doen en al mijn wensen werden waarheid…”

“Maar ja…”

Herken je het spanningsveld van veel mensen?
Enerzijds verlangen dat je niet meer hoeft te vechten voor je geluk en anderzijds geloven dat wanneer je stopt met vechten je geen geluk meer ten deel zal vallen. Het komt immers niet vanzelf..?!

Dit is een geniepige contradictie die in stand blijft doordat er een kern van waarheid in zit, maar het is vooral Niet Waar.

Het is een hele uitdaging de vinger op precies de juiste plek te leggen bij ‘motivatieproblemen’. De één moet soms een tikje terug geduwd worden en de ander juist een zetje krijgen (of lees: de één moet je soms op z’n stoel binden en de ander een flink schop geven), en in de basis kan dezelfde fnuikende worsteling spelen: ‘Waar doe ik het voor?
Waar kom je voor uit je stoel? En waarom zou je dat doen? Waarom zou je dat blijven doen?’

Wanneer Pietje met bovenstaand ideaal komt, wil ik Pietje graag de ervaring geven dat alles waarheid wordt en hij niets hoeft te doen. Het aardige is dat Pietje vaak dan pas kan ervaren waarvoor hij wel uit zijn stoel zou willen komen. Weinig van ons willen namelijk letterlijk altijd maar achterover hangen.
We gaan er alleen te vaak aan voorbij dat ‘achterover hangen’ ook functioneel is. Achterover hangen vinden we ‘lui’, ‘onhandig’, ‘te langzaam’ en ‘je moet er wel wat voor doen enzo’.
Maar wanneer je in beweging bent is het moeilijk te voelen waar ‘jouw zin’ zit.

Wanneer je als kind, in je ontwikkeling, steeds gepushed bent dingen te doen, ‘omdat dat goed was’, is het moeilijk te weten en te voelen, waarom jij zelf iets doet. Als je regelmatig iets doet, wat je niet leuk vindt, terwijl je niet weet waarvoor je het doet, kan er gemakkelijk een weerstand ontstaan tegen die taak. En een taak uitvoeren in weerstand voelt heel zwaar, zelfs als het een relatief eenvoudige taak is.

Ik had laatst een mooi voorbeeld met mijn dochtertje:
Ik had mijn dochter van 4 jaar uit school gehaald. Ze gooide haar jas op de keukenvloer en plofte op de bank. “Hang je jas even op”, zei ik. “Even wachten tot ik zin heb”, was de reactie en ze zakte nog wat verder in de bank. Een prachtige opmerking vond ik dat, en één die mij in een dilemma plaatste.
Eerste impuls zou zijn: “Nee, je jas hoort aan de kapstok. Nu hier komen en jas ophangen”.
Geen gekke reactie denk ik. Zo’n kritische ouder hebben we allemaal in ons: ‘Hoezo zin, dingen moeten nu eenmaal gebeuren.’ Of ‘Dan moet je maar zin maken’.

En dit is waar dit stuk strijd in ons ook over gaat. Je sleept jezelf ergens doorheen. ‘Zin of geen zin, dat is even geen issue. En ook NU het liefst’. En waarom? In dit geval kon ik ook wel even om die jas heenlopen om mijn dochter haar ‘geen zin’ te gunnen.

Het dilemma dat ik vervolgens met mijn dochtertje voelde was ‘Hoe lang geef ik haar dan, als ze dan na een half uur nog geen zin heeft…?’. ‘En als ze nu haar jas niet ophangt, dan kan ik het vast schudden. Dan doet ze het vast nooit meer…’.
De gebruikelijke doemscenario’s. Een angst die ik wil dempen en daardoor zou kunnen roepen ‘Nee nu!’. Daarmee voorkom ik een risico, maar ontneem – in dit geval mijn dochter – haar eigen wil te leren kennen.

Wat ik in dit geval heb gedaan is mijn dochter haar tijd gegeven en er een consequentie aan verbonden. Ik zei: ‘Oké, en als je je jas hebt opgehangen krijg je drinken en een koekje. Eerst je jas dan drinken en een koekje.’

Ik verhoog de motivatie om de jas op te hangen een beetje door er een koekje aan te verbinden. Maar het blijft een risicootje. Het is heel goed mogelijk dat mijn dochter van dat koekje afziet omdat ‘het geen zin om haar jas op te hangen’ groter is dan ‘wel zin in een koekje’. Als dat zo is zal ik dat accepteren en op een goed moment haar jas ophangen en zij doet een dag zonder koekje. Fair enough.

En dit is een proces die volwassen zichzelf vaak misgunnen. ‘Het moet omdat het moet.’ Zonder je af te vragen wat het belang is, waarvoor je het doet.
Je geeft jezelf dan geen tijd te kiezen. Terwijl je vrijheid van keuze essentieel is in je levensgeluk.

Opdracht

Plof eens op de bank en wacht eens tot je zin hebt.
Wat ga je doen, waarom?
Een suf klusje als ‘je jas ophangen’: “Huishouden doen, naar een verplichte verjaardag, sporten, een lastig gesprek aangaan, bepaalde onderdelen van je werk”.
Blijf eens zitten en realiseer: “Je moet niet!”
”Eeehh… ja, het moet wel, want  … dan volgen tal van goede redenen…. ”.
”Nee, het moet dus niet.”
Alleen als je het niet doet zitten er consequenties aan vast. Je krijgt, bijvoorbeeld, geen koekje. Toch kun je een afweging maken.
Kies eens niet voor het koekje. Een tijdje. Gewoon om te ervaren hoe dat is. Misschien bevalt dat wel beter. Geniet je meer van het op de bank hangen, dan van het koekje.
En misschien komt er een moment dat je het koekje mist, of dat je je zelf gaat storen aan ‘een jas op de grond’.
Wacht dan nog even en voel die motivatie.
Wees je er van bewust dat je nu een actie gaat uitvoeren omdat ‘je je niet wilt storen’ of ‘omdat je een beloning wilt’. Hele goede redenen om iets te doen.
En dan pas stuur je jezelf die bank af.
Dan omdat jij dat zelf wilt en niet omdat ‘je kritische ouder’ zegt dat dat moet.

 

Reacties gesloten.